Posts tonen met het label Pieter Duvelaer filius Petri. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pieter Duvelaer filius Petri. Alle posts tonen

zondag 17 april 2011

Pieter Duvelaer de Jonghe, Secretaris van Zeeland

De drie zonen van Pieter Duvelaer en Anna Velters timmerden in 1705 lekker aan de weg. De broertjes waren bezig hun macht geleidelijk uit te breiden. De uit Italië teruggekeerde Daniël bekleedde het ambt van postmeester in Middelburg, terwijl Abraham en Pieter dat jaar een volgende stap in hun carrière maakten.

Abraham werd raad in het gemeentebestuur van Middelburg en Pieter verruilde zijn secretarisschap bij de stad voor dat bij het gewest Zeeland. Daarmee trad Pieter in de voetsporen van zijn vader.
Overigens bleven Abraham, Pieter en hun zus voorlopig bij hun moeder wonen in Huis 's-Hertogenbosch aan de Vlasmarkt in Middelburg.

Secretaris van Zeeland in de Spaanse Successie-oorlog
Zeeland volgde in die jaren met spanning het verloop van de Spaanse Successie-oorlog. In deze oorlog streden Frankrijk en Oostenrijk-Hongarije om Vlaanderen. Het huidige Zeeuws-Vlaanderen maakte geen deel uit van Zeeland. Het land was een buffer tussen de Zeeuwse eilanden en de vijand, Frankrijk.

Toen de Fransen in 1708 verrassingsaanvallen uitvoerden op Gent en Brugge, en Lille belegerden, sloeg bij de inwoners van Walcheren de angst om het hart. Zeeland stuurde zijn secretaris, Pieter Duvelaer de Jonghe naar de overkant voor een ontmoeting bij de luitenant-generaal van de infanterie van de Republiek, baron François Nicolaas Fagel.


Verdediging van Walcheren
In maart 1708 troffen Duvelaer en Fagel elkaar in Hulst. De secretaris van Zeeland drong bij Fagel aan op het stationeren van militairen op Walcheren. Daarbij was spoed geboden, aldus Duvelaer: "alsoo de ingesetenen soo geconsterneert waren wegens d'armaturen van den vijant dat sommige begonnen te spreken van vlugten".
De luitenant-generaal nam de berichten zeer serieus. Hij liet nog dezelfde dag twaalf schepen met militairen vertrekken naar Vlissingen "daar hij [de vijand] soude eenige aanval kunnen doen, iets daar tegens voor precautie te doen bewegen, alsmede om de ingesetenen in de provintie van Zeland in gerustheyt te stellen om geen allarm verder in het land te maecken, nochte den vijandt te doen sien dat men bij ons eenige vreese heeft".

Driehonderd Deense dragonders
Ook vroeg Duvelaer namens het provinciebestuur om de inzet van de driehonderd Deense dragonders, die eerder Brugge verdedigden. (Een dragonder is een infanterist die zich per paard verplaatst en te voet vecht.) Fagel gaf opdracht aan veldmaarschalk Hendrik van Nassau om drie bataljons en driehonderd paarden gereed te houden. Met deze berichten vertrok de secretaris weer naar Walcheren.

Toch was het provinciebestuur nog niet gerustgesteld; inmiddels gingen er geruchten dat de vijand in Duinkerken oorlogsschepen uitrustte. Nogmaals drong Zeeland bij Fagel aan op versterking. Deze stuurde daarop schepen met twee bataljons militairen naar 'het casteel bij Rammeties' (Fort Rammekens bij Vlissingen). Hij adviseerde verder eerst af te wachten "om te sien wat teydinge men in weynig daegen sal ontfangen, ofte waer het heendraeyt".

maandag 14 juni 2010

Politiek succes voor de broers Duvelaer



De kroning van stadhouder Willem III tot koning van Engeland in 1689 inspireerde Abraham Duvelaer op jeugdige leeftijd tot de bovenstaande kalligrafie.

Als men Holland tot den Val dagt te Brengen in Oranje
Wiert hij Conink van Brittanje
En sloeg wijsselijck de Bal Van Authoriteit na boven
Tot verwondering van elk een
Meerder, als men kon geloven
Al ten dienste Van 't gemeen

Abraham studeerde net als zijn vader Pieter Duvelaer (1647-1703) rechten in Leiden. Na voltooiing van zijn studie deed hij een greep naar de macht in Middelburg. Met succes. Na het overlijden van koning stadhouder Willem III in 1702 waren er politieke onrusten uitgebroken. In Middelburg slaagde een opstandige groep regenten erin om een sterke positie in de stadsregering te veroveren. De leiding van de opstandelingen was in handen van Fannius.

Zeeuwsche Rommelzo
Ook de bevolking werd bij de strijd betrokken. In het politieke pamflet 'Zeeuwsche Rommelzo' komt de naam Bramtje Duvelaer voor als aanhanger van Fannius. Abraham en zijn broer Pieter Duvelaer de Jonghe waren inderdaad felle partijgangers van de nieuwe stroming.
Pieter verkeerde in de situatie dat hij zowel kiezer als secretaris van Middelburg was. Als secretaris steunde en maakte hij deel uit van de nieuwkomers. Daarmee was hij een luis in de pels van de kiezers die de oude garde bleven steunen. Kiezer Pieter van Rosmaele vond dat beide ambten niet te verenigen waren en probeerde Pieter Duvelaer de Jonghe uit het kiezerscollege te zetten. Duvelaer reageerde met een gedrukt pamflet waarin hij zijn verwondering over Van Rosmaele uiteenzette en diens woorden weerlegde. Het pamflet liet hij door een notaris en twee getuigen aanbieden aan de eerste kiezer van het kiezerscollege. Daarmee was de kous af, Pieter Duvelaer de Jonghe bleef kiezer.

Tegen-coup
De kiezers bleven zich tegen de nieuwe machtshebbers verzetten. In 1704 vormden zij de kern van een groep regenten die een tegen-coup beraamde. Pieter Duvelaer de Jonghe maakte geen deel van hen uit, hij verscheen niet op de vergadering waarin de plannen voor de machtsgreep uiteengezet werden. Gelukkig voor hem, want de coup-de-force eindigde in een mislukking en betekende voor veel regenten het definitieve politieke einde. De gebroeders Duvelaer zaten echter voorgoed in het zadel. Pieter Duvelaer de Jonghe bleef secretaris, Abraham Duvelaer werd in 1705 benoemd tot raad en in 1712 tot burgemeester van Middelburg.

De derde broer, Daniël, maakte ook carrière, maar op een heel ander gebied en op geheel andere wijze. Een wijze die zijn sluwe vader niet had misstaan.

dinsdag 8 juni 2010

Pieter Duvelaer sterft zonder ambitie waar te maken



Van alle politieke aspiraties kwam niets meer terecht. Pieter Duvelaer, eigenaar van Huis 's-Hertogenbosch sinds 1682, ijverde jarenlang voor terugkeer in de stadsregering van Middelburg. Tevergeefs, hij stierf op 56-jarige leeftijd in de zomer van 1703.

Pieter Duvelaer werd begraven in de Nieuwe Kerk te Middelburg. Op zijn graf prijkte zijn familiewapen, een goud en rood gegeerd schild met als helmteken een lopende haas achter gouden korenaren gemeleerd met groene takken. Het wapen werd vastgehouden door twee zilveren staande honden, rechts een brak en links een windhond.

Zijn weduwe Anna Velters bleef met hun vijf kinderen in Huis 's-Hertogenbosch aan de Vlasmarkt te Middelburg wonen. De twee jongsten waren Anna Catharina en Johanna Maria. De oudste drie kinderen - Pieter junior, Abraham en Daniël - zouden gauw het ouderlijk huis verlaten. De middelste zoon zou het ambt veroveren, waarvan zijn vader alleen maar had kunnen dromen: dat van burgemeester van Middelburg.

Pieter Duvelaer filius Petri (Oostkapelle 1647 - 9 juni 1703 Middelburg)

zaterdag 24 april 2010

Eigenaren-bewoners tegen het licht


Meerdere bewoners van Huis 's-Hertogenbosch aan de Vlasmarkt in Middelburg waren geïnteresseerd in de geschiedenis van het pand. Aan het einde van de 20e eeuw liet de toenmalige bewoner, directeur van de bank Hondius, een glas-in-lood-raam in het trappenhuis plaatsen. Afgebeeld zijn de familiewapens van sommige bewoners. Als het raam een compleet beeld van alle eigenaren-bewoners zou geven, waren de volgende familiewapens te zien geweest:

De la Porte
Bouwheer Otto de la Porte bewoonde Huis 's Hertogenbosch van 1665 tot aan zijn dood in 1678.

Duvelaer
Vier generaties van deze Zeeuwse regentenfamilie, te beginnen met mr Pieter Duvelaer filius Petri, bewoonden het huis van 1682 tot en met 1785.

Bodt
Rutteria Bodt kocht het huis in 1785. Zij was getrouwd met Pieter van Visvliet. Na zijn overlijden in 1787 verhuisde zij naar Huis 's-Hertogenbosch.

Van Visvliet
De dochter van Rutteria Bodt en Pieter van Visvliet erfde Huis 's-Hertogenbosch in 1791. Deze Maria Ursula van Visvliet was getrouwd met Leendert Huybrecht de Haze Bomme. Zij trokken na de dood van Rutteria Bodt in Huis 's-Hertogenbosch. Het echtpaar bleef er wonen tot in 1812.

Van der Horst
Maria van der Horst kocht het huis in 1812. Zij was de echtgenote van notaris Cornelis Serlé. In 1822, na het overlijden van haar man, verkocht zij Huis 's-Hertogenbosch aan makelaar Abraham van den Broecke Jacobuszn.

Van den Broecke
Makelaar Abraham van den Broecke Jacobuszn. werd al vroeg weduwnaar in Huis 's Hertogenbosch. Al enkele jaren nadat het jonge gezin in 1822 verhuisd was, overleed echtgenote en moeder van vijf kinderen Maria Diemont in het kraambed. Van den Broecke overleed in 1860.

Van Citters
Pieter Damas van Citters junior kocht het huis vijf jaar na de dood van Van den Broecke, in 1865. Hij verkocht het in 1881 aan belastinginspecteur Evers.

Evers
Belastinginspecteur Johannes Jacobus Theodorus Evers was getrouwd met Catharina Wilhelmina Juijnboll. Hij kocht Huis 's-Hertogenbosch in 1881 en verkocht het na zijn pensioen in 1904.

Hondius
Bankdirecteur Carel Juliaan Hondius kocht Huis 's-Hertogenbosch in 1904. Zijn zoon volgde hem op, zijn kleindochter was de laatste Hondius die het pand bewoonde.
Aan het eind van de 20e eeuw kwam het huis in het bezit van respectievelijk het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen en de tegenwoordige eigenaar Vereniging Hendrick de Keyser.

zaterdag 17 april 2010

Bouwfraude?

De reputatie van Pieter Duvelaer, eigenaar sinds 1682 van Huis 's-Hertogenbosch in Middelburg, was een rijke voedingsbodem voor geruchten en anekdotes. Daaronder zijn twee verhalen over bouwfraude. Huis 's-Hertogenbosch zou gedeeltelijk betaald en gebouwd zijn met geld en materialen die bestemd waren voor de bouw van de Oostkerk.

De Oostkerk werd gebouwd tussen 1646 en 1667 en werd evenals Huis 's-Hertogenbosch opgetrokken in de stijl van het Hollands Klassicisme. De bouw van de kerk verliep verre van voorspoedig en lag regelmatig stil wegens geldgebrek. Er werd zelfs een stedelijke belasting op wijn en bier geheven om de kerk te kunnen voltooien. Diverse bouwmeesters waren bij het werk betrokken: Bartholomeus Drijfhout, Pieter Post, Arent van 's-Gravesande en stadstimmerman Louys Jolijt.



Eén van de verhalen werd opgetekend door de stadsarchivaris H.M. Kesteloo in 1901: "De overlevering zegt, dat het geld, dat voor den bouw van deze kerk bestemd was, gebruikt zou zijn voor den bouw van huizen van particulieren. Schoon de waarheid daarvan niet bewezen is, gaven de handelingen van het stadsbestuur wel aanleiding tot de verspreiding van zoodanige geruchten, door stads werklieden te laten arbeiden en stads materialen te laten gebruiken aan gebouwen van particulieren; maar volgens de rekeningen werden de kosten aan de stad vergoed. Zoo vindt met, dat van de erfgenamen van den burgemeester Joos Duvelaer £170:16:3 werd ontvangen voor overgenomen materialen en verschoten arbeidsloon 'by stadts werkvolck aen den huysen van den voorseiden heer zaliger verdient' van maart 1666 tot 28 september 1669. Van Pieter Duvelaer werd terzelfder zake £241:6:1 ontvangen over het tijdvak 16 augustus 1670 tot mei 1671. Mr Christiaan Thibaut betaalde £22:14:9 'over eenich werck by stadtwerkvolck tsynen huyse gedaen'".
Het andere verhaal werd opgeschreven door regent Michiel Michielsen in zijn Burlesque Notulen (gedateerd: januari 1678): “De agt- en twintig Duizent Ponden, die Middelburg aan schulden hadde, was gekomen, zoo als wij voren hebben aangetoond, door het bouwen van de Oostersche Kerk en de huizen in de Gortstraat, Vlaschmarkt, en het huis te Poppendamme, zoo als men zegt daar onder bedongen zouden zijn geweest, toebehoord hebbende de Mauregnault, en op de Vlaschmarkt Duivelaar.”
Beide verhalen zijn anekdotes. Pieter Duvelaer kocht Huis 's-Hertogenbosch pas in maart 1682. Voor die tijd woonde er geen Duvelaer aan de Vlasmarkt.

zondag 11 april 2010

Interieur update uit de late 17e eeuw



Huis 's-Hertogenbosch was vanaf 1682 eigendom van Pieter Duvelaer en zijn vrouw Anna Velters. Het echtpaar moderniseerde het interieur en bestelde in lijn met status en levensstijl een groot plafondstuk voor de grote zaal. Hiermee werd de godenwereld in huis gehaald. Goden en halfgoden sloegen voortaan de familieleden Duvelaer en hun gasten gade. Het gaat om Demeter - godin van de landbouw, en haar dochter Persephone - verantwoordelijk voor de seizoen, Mercurius - god van de handel, Diana -godin van de jacht, de drie gratiën - representanten van edelheid, en Mars - god van de oorlog.



Voorstellingen van mythische figuren waren aan het einde van de 17e eeuw in de mode. Frankrijk zette de trend. Een schilderij in de voorzaal van Huis 's-Hertogenbosch, aangebracht in de betimmering boven de deur, stelt Leda en de zwaan voor.



De voorzaal kreeg een hypermodern gedecoreerd stucplafond met veel relièf. Het is vormgegeven naar de ontwerpen van de Franse top-binnenhuisarchitect Daniël Marot.



Tussen de voorzaal en grote zaal werd een brede doorgang gemaakt. Een modieuze 'en suite' was het resultaat. Het oorspronkelijke gangetje tussen beide vertrekken dat onder meer via een trap toegang gaf tot de kelder kwam te vervallen. Pieter Duvelaer en Anna Velters waren nu in staat hun gasten op niveau te ontvangen.

zondag 21 februari 2010

De frustratie van Pieter Duvelaer

Tot zijn grote woede werd Pieter Duvelaer, bewoner van Huis 's-Hertogenbosch, benoemd tot secretaris van de Staten van Zeeland. De ambitieuze Duvelaer raakte met de benoeming zijn functie en stem in de stadsregering van Middelburg kwijt.

Pieter Duvelaer protesteerde, maar zonder resultaat. Vervolgens weigerde hij recognitie te blijven betalen. Recognitie is een heffing voor een functie in de stadsregering of de voorrechten daarvan. Die weigering leverde hem onenigheid op met de thesauriers en commissarissen van de bank van lening.

In de jaren erna bleef hij proberen 'zijn plek' in de stadsregering terug te krijgen. Hij procedeerde tot aan de Hoge Raad. Toen in 1692 een functie voor raad vrijkwam, belaagde hij op straat burgemeester Alexander de Munck 'met een seer frivool en impertinent protest'. Daarbij deed hij het voorkomen alsof de Hoge Raad hem zijn baan in de stadsregering al had toegewezen.
Het stadsbestuur beschouwde het voorval als 'een frivole en opgeraepte vexe' en verzocht de Hoge Raad het verzoek van Duvelaer te beschouwen als een politieke zaak waarover geen rechtspraak kon zijn. Einde van het liedje was dat Pieter Duvelaer naar een functie in de stadsregering kon fluiten. Toch betekende dat niet dat hij zijn invloed had verloren, zijn zonen Pieter, Daniël en Abraham waren snel, jong en slim...

zaterdag 6 februari 2010

Duvelaers koetsier en de mislukte machtsgreep

De strijd om de macht in Middelburg werd gevoerd door twee partijen of facties: die van 'de heer Duyvelaer en de syne' en die waartoe de families Velters en Thibaut behoorden. In 1686 deed de factie Duvelaer een greep naar de macht, en greep mis. De koetsier van de bewoner van Huis 's-Hertogenbosch werd gevangengezet.

De genoemde 'heer Duyvelaer' was niet Pieter Duvelaer, eigenaar van Huis 's-Hertogenbosch, maar diens neef, eveneens Pieter genaamd. Omdat ze ook nog eens bijna even oud waren, werden de heren destijds aangeduid als 'Pieter Duvelaer filius Justi' (zoon van Joos) en 'Pieter Duvelaer filius Petri' (zoon van Pieter). Deze laatste was de trotse bewoner van Huis 's-Hertogenbosch.

Wat gebeurde er? De factie Duvelaer had haar zinnen gezet op de ambten van gecommitteerde raad en raad van de admiraliteit. De burgemeesters Alexander de Munck en Christiaan Thibaut voelden hier niets voor. Terwijl zij op reis waren, manipuleerde Pieter Duvelaer filius Justi de vergadering van de stadsregering in het stadhuis. Met hulp van zijn eigen factieleden liet hij zichzelf in beide functies benoemen.

Heftig protest was het gevolg. Twaalf Middelburgse regenten waaronder de twee burgemeesters stuurden een bezwaarschrift aan de stadhouder, Willem III. Deze sprak zich uit voor de factie van Velters en Thibaut en tegen Duvelaer.

Blijkbaar was Duvelaers koetsier (de Duvelaer van Huis 's-Hertogenbosch) betrokken bij de machtsgreep. Misschien had hij met een vals bericht de burgemeesters De Munck en Thibaut uit Middelburg weggelokt zodat ze niet aanwezig zouden zijn bij de vergadering. Want behalve koetsier was deze Andries de Vos bode op het stadhuis. Op last van burgemeester Thibaut werd hij vijf maanden gevangengezet op het 's Gravensteen in Middelburg.

's Gravensteen of gevangenis te Middelburg, omstreeks 1690

dinsdag 2 februari 2010

De geheime schat in het toiletkamertje



Huis 's-Hertogenbosch in Middelburg beschikte over een - in de 17e eeuw zeldzaam - inpandig toiletkamertje. Drie eeuwen na de bouw was het kamertje nog steeds in gebruik, maar dan als wijnkast. Tijdens timmerwerk aan het einde van de jaren 60 van de 20ste eeuw werd er 'de geheime schat' van Pieter Duvelaer of zijn gezinsleden ontdekt.

Omstreeks 1690 moet één van de bewoners van Huis 's-Hertogenbosch een appeltje voor de dorst hebben verstopt. Was het Pieter Duvelaer? Echtgenote Anna Velters? Of één van de vijf kinderen? Wie het ook was, hij of zij verborg zes munten achter een plankje naast de deurstijl. Het ging om twee zilveren guldens uit 1682: één van Deventer en één van Nijmegen, vier zilveren schellingen: één uit 1683 van Zeeland en drie uit het begin van de 17e eeuw: één van Zwolle en twee van Kampen.

Het toiletkamertje ter grootte van 1 x 1,5 meter bevond zich heel onopvallend in de loze ruimte tussen de voorkamer en het trappenhuis. Het had uitzicht op de binnenplaats en was bereikbaar via een deur op de trap. Het toiletje loosde op een beerkeldertje. Daar werd in 2001 een toiletset, of wat er van overgebleven was, gevonden.

Overigens bood Huis 's-Hertogenbosch voorafgaand aan de muntvondst tijdelijk onderdak aan een echte schat van gouden munten. Deze werd in maart 1966 gevonden in een veld bij Serooskerke op Walcheren. In afwachting van de veiling werden de 1023 gouden munten bewaard in de kluis van de bank Hondius, gevestigd in Huis 's-Hertogenbosch. De opbrengst van de veiling bedroeg meer dan een half miljoen gulden.

dinsdag 19 januari 2010

Mallepraat van Duvelaer, advocaat

De carrière van Pieter Duvelaer, eigenaar van Huis 's-Hertogenbosch vanaf 1682, kende een vliegende start. Na zijn studie rechten in Leiden werd hij op 22-jarige leeftijd benoemd tot raad in de stadsregering van Middelburg. Gedurende achttien jaar bleef hij afwisselend raad, thesaurier en schepen. In turbulente tijden raakte hij zijn positie wel eens kwijt, zoals in het Rampjaar, maar nooit voor lang.

Een andere gelegenheid waarbij dat gebeurde, was toen de stadsregering een rol speelde in een godsdienstig conflict. Wat was er aan de hand? Binnen de gereformeerde kerk in Middelburg werd strijd gevoerd tussen de voetianen, geleid door predikant Thilenus, en de coccejanen onder leiding van predikant Momma. De stadsregering koos partij voor de coccejanen omdat zij geen moeite hadden met overheidsbemoeienis in kerkzaken.
In 1676 werd predikant Wilhelmus Momma beroepen in Middelburg tegen de zin van de classis en stadhouder Willem III. Desondanks zette de Middelburgse stadsregering de benoeming door en stuurde een delegatie naar Den Haag om te pleiten voor haar zaak. Pieter Duvelaer was één van de afgevaardigden. Zijn rol werd beschreven door de dichtende Vlissingse regent Michiel Michielsen:

En om haar yver te betoonen
Zond Middelburg nog meer persoonen
uyt haer agtbare magistraat
gedeputeerde tot den staat
Om dese saak wel te beginnen
Stonden sy met haar neegen binnen
en voor den soo wat malle praet
door Duvelaer haar advocaat

De stadhouder maakte echter korte metten met Middelburg. Hij reisde naar Zeeland en zorgde er persoonlijk voor dat Momma werd afgezet. De zittende leden van de stadsregering stuurde hij naar huis. Pieter Duvelaer zag de bui al hangen en zegde snel zelf zijn baan op. Een jaar later was hij terug op het regeringspluche.

Stadhouder Willem III, Prins van Oranje, omstreeks 1677-1684.
Schilderij door Caspar Netscher. Collectie Rijksmuseum

maandag 18 januari 2010

Spindoctor Duvelaer en eega in beeld

Tientallen schilderijen hebben de wanden van Huis 's-Hertogenbosch hebben gesierd. Daaronder waren de geschilderde portretten van de bewoners Pieter Duvelaer en Anna Velters. Zij lieten zich portretteren op grootformaat.


Anna werd afgebeeld in een tuin naast een fontein: een arcadisch landschap dat vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw erg modieus was. Ze is gekleed in witte zijde en draagt parels.

Pieter daarentegen is geportretteerd in zijn studeerkamer - een symbool voor zijn (juridische) kennis en wijsheid. De zandloper zou kunnen verwijzen naar de familiespreuk 'Festina Lente', wat letterlijk betekent: Haast u langzaam, oftewel: Wacht tot het juiste moment is gekomen.


Curieus is dat hoewel beide schilderijen dezelfde afmetingen (122x101,6 cm) hebben, en dus elkaars pendant zouden zijn, niet door een en dezelfde kunstenaar gemaakt werden. Het portret van Pieter Duvelaer is gesigneerd door Jan Denens, het andere draagt de initialen L.P/M.
Op de achterkant van de schilderijen zijn de familiewapens van Duvelaer en Velters afgebeeld. Die afbeeldingen zijn van later datum omdat de schilderijen opnieuw werden bedoekt. De originele wapens en teksten zijn toen waarschijnlijk gekopieerd. De schilderijen werden in het laatste decennium van de vorige eeuw op de veiling gebracht door het Montclair Art Museum, Montclair, New Jersey.

maandag 11 januari 2010

Prestigeobject met een verrassend secreet

Pieter Duvelaer kocht in maart 1682 een prestigieus huis. Huis 's-Hertogenbosch in Middelburg was groot, monumentaal en had uitstraling. De gevel in de stijl van het Hollands-Classicisme, met pilaren, zuilenorden, en het hoogstaande beeldhouwwerk boven de voordeur kon zich meten met de belangrijkste panden in het land.

Achter de voordeur lag de royale hal en gang met zwartwit geblokte marmeren vloer. Rechts van de gang lag een voorkamer en daarachter een grote zaal, met toegang tot het naastgelegen huis de Olymolen'. Links van de gang bevonden zich een kantoor, het trappenhuis en de eetkamer. De keuken was gesitueerd achter het buurpand de Drye Coninghen en grensde aan de eetkamer.

Tussen Huis 's-Hertogenbosch en de Drye Coninghen was een vierkant binnenplaatsje uitgespaard, waartoe de achtergevel van het buurpand werd aangepast. Het regenwater van de daken van de huizen werd hier opgevangen in een vierkante (ondergrondse) regenbak. Daarnaast bevond zich een wel waaruit water kon worden opgepompt.

De ramen in de gevel bij de binnenplaats zorgden voor licht in het trappenhuis, en in klein kamertje tussen het trappenhuis en het kantoor: het secreet van Pieter Duvelaer en zijn gezin. Normaal gesproken werden toiletten of beerputten aangebracht aan de achterzijde van huizen, maar Huis 's-Hertogenbosch beschikte over een inpandig toilet. De beerput in de kelder zal van tijd tot tijd geleegd moeten zijn.
Toch gaf dit ooit stinkende beerputje nog een originele verrassing prijs: een toiletset - of wat daar van over is gebleven - daterend van rond 1700. Het gaat om twee borstelkoppen van been. Aan de bovenzijde is de groene oxidatie van koperdraad te zien waarmee het varkenshaar aan de borstels was gebonden. Waarschijnlijk hebben de borstels beide een huls van zilver gehad.

Borstelkoppen van been, boven- en onderzijde

zaterdag 2 januari 2010

Pieter Duvelaer, een 'echte vriend'

Pieter Duvelaer, vanaf maart 1682 eigenaar van Huis 's-Hertogenbosch, werkte aan 'eerherstel' voor zijn vrouw Anna Velters. De familie Velters wilde haar niet erkennen; haar moeder was slechts dienstmeid van de familie. Duvelaer was van mening dat zijn vrouw evenveel rechten (op erfenissen) had als andere familieleden. In 1679 deed zich een gelegenheid voor die hij misbruikte om zichzelf te verrijken. Wat was er gebeurd?

Francois Velters, Heer van Aagtekerke, werd in het najaar van 1679 ernstig ziek. Die zomer was zijn vrouw, Henriette Thibaut, er vandoor gegaan met haar minnaar Alexander de Munck. Terwijl Velters op zijn buiten Sint Jan ten Heere in Aagtekerke verbleef, forceerden zijn vrouw en haar minnaar zijn kantoor. Met medeneming van zoveel mogelijk bezittingen - waardepapieren, sieraden en zelfs meubelen - sloegen zij op de vlucht. De totale buit had een waarde van ongeveer 14.000 gulden. Henrietta Thibaut en Alexander de Munck reisden apart, terwijl het transport van de meubelen werd begeleid door knecht Dirck en dienstmeid Anna Maertens. Velters kreeg al gauw lucht van de diefstal. Hij liet een opsporingsbevel uitvaardigen en het duurde niet lang of het tweetal werd gepakt.
De ontrouw van zijn vrouw was voor Francois Velters onverteerbaar, hij werd er ziek van. In het bijzijn van zijn 'goede vriend' Pieter Duvelaer maakte hij zijn laatste wilsbeschikking op. Nog voor het jaar ten einde liep, overleed hij aan naar men zei 'een gebroken hart'.

Executeur van de boedel én voogd over Velters' enige erfgenaam, zijn minderjarige zoon Hendrick werd: Pieter Duvelaer. Als executeur en voogd ontving Duvelaer dat eerste jaar 1000 gulden. Daarnaast kon hij voortaan kosten declareren zonder verantwoording af te leggen.

Henriette Thibaut werd in het testament onterfd wegens 'quaat comportement'. De twee zusters van Francois Velters werden fideï-commis benoemd: zij droegen er zorg voor dat inkomsten uit de boedel van hun overleden broer ten goede kwamen van de kleine Hendrick. Zij zouden slechts erven als Hendrick zonder erfgenaam overleed.

Het echtpaar Duvelaer zou nu tevreden kunnen zijn, maar niets was minder waar. Zodra de beide zusters van Francois vertrokken waren, liet Pieter Duvelaer een codicil toevoegen aan het testament. Hij riep daartoe de hulp in van zijn oom, notaris Johannis Miggrode. Volgens het codicil kreeg Anna Velters een legaat van 14.000 gulden toegewezen. Het codicil kreeg echter pas geldigheid als de meerderheid van de betrokkenen ermee instemden: één van de zusters moest ondertekenen.
Dat lukte Pieter Duvelaer door het vertrouwen te winnen van de zuster die weduwe was en een groot deel van het jaar in Den Haag doorbracht. Zij machtigde hem in februari 1680 om haar belangen bij haar afwezigheid te behartigen. In maart 1680 werd het codicil ondertekend. Pieter Duvelaer tekende voor de minderjarige Hendrick. Hij machtigde een vriend te tekenen voor de zuster van Francois. Als getuigen traden twee familieleden van Pieter Duvelaer op.

Pieter Duvelaer en Anna Velters hadden nu officieel recht op 14.000 gulden uit de nalatenschap van Francois Velters. Het codicil bleef echter geheim. Toen het bedrog uitkwam, woonde het echtpaar Duvelaer en hun vijf kinderen al twee jaar in Huis 's-Hertogenbosch.